Geschiedenis Sosua
Tot in de twintigste eeuw bestond Sosúa uit een paar huizen in een dun bevolkte streek. De bevolking, een mengeling van de oorspronkelijke bewoners (Taíno indianen) en veelal Spaanse immigranten, leefden vooral van landbouw. Zo waren er een aantal bananenplantages. In de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw kwam er verandering in de geschiedenis van Sosúa. Verdreven door de dreigende macht in Europa, vertrokken grote groepen vluchtelingen naar het buitenland. Zo ook naar de Dominicaanse Republiek. Een groep Joodse vluchtelingen vestigde zich in de streek rond Sosúa. Op het hoogtepunt waren dit echter minder dan 1000 Joodse vluchtelingen. Dit relatief lage aantal lag niet aan de Dominicaanse Republiek.
De Dominicaanse vriendelijkheid werd ook toen in de praktijk gebracht. Andere gastlanden zoals Australië gaven alleen beperkte toegang aan joodse vluchtelingen. Alleen de Dominicaanse Republiek was een uitzondering dankzij haar vrije toegang. Door bureaucratische opstoppingen en miscommunicaties konden vluchtelingen maar mondjesmaat hun vaderland ontvluchten. Toen de oorlog officieel begonnen was werden dit er nog minder. Toch besteedde de Dominicaanse Republiek veel aandacht aan de vluchtelingen. De organisatie DORSA (Dominican Republic Settlement Association) werd opgericht die de belangen van de immigranten zou behartigen. DORSA sloot een akkoord met de Dominicaanse overheid, wat de nieuwe leefomstandigheden erg deed helpen. Bij hun aankomst troffen de nieuwe bewoners van Sosua een klein dorpje waar weinig tot geen faciliteiten waren.
De Jeugdige (gemiddelde leeftijd was 25) immigranten gingen zelf aan de slag. En als snel werden de tijdelijke barakken ingewisseld voor permanente huizen. Een ziekenhuis, school, bibliotheek en synagoge werden gebouwd en binnen een paar jaar werd de geschiedenis van Sosúa permanent gewijzigd. Na de oorlog in 1947 was er nog een kleine opleving van immigranten, maar ook waren veel families al weer weggetrokken uit Sosua. Dit zouden er steeds minder worden. Tegenwoordig is de erfenis van de Europese immigranten nog duidelijk herkenbaar. Joodse straatnamen, een synagoge, museum en verschillende bedrijven herinneren aan vroegere tijden.
De werklust die de Joodse gemeenschap liet zien, is niet verrassend als je bedenkt dat tot in de jaren ’80 Sosúa nog niet was aangesloten op de nationale toegangswegen. Voor die tijd moest de plaatselijke samenleving zichzelf zien te redden. Met deze moderne ontwikkelingen begon een tweede groei in de geschiedenis van Sosúa. De toeristische sector ontstond, en geleidelijk aan werd het stadje bekend als zonbestemming. Hotels, restaurants en recreatie mogelijkheden schoten uit de grond als paddenstoelen. Ook nu nog is Sosúa sterk in ontwikkeling.



